Tijdens het examen tellen alle zeven oefeningen even zwaar. Uit elk cluster is 1 oefening verplicht. Uit de clusters 2 tot en met 4 doe je daarnaast nog een extra oefening. Om te slagen moet je 5 van de 7 oefeningen goed uitgevoerd hebben. Daarbij voer je in de clusters 2 tot en met 4 minimaal één oefening correct uit.
Als je geslaagd bent krijg je een certificaat, dit certificaat is 1 jaar geldig.